Archive and museum for the Flemish living in Brussels
Quick search
  • Search by collection
  • Search by site

Project Oorlogsdagboeken

 

Vier oorlogsdagboeken werden verzameld in het AMVB en gedigitaliseerd

Het AMVB neemt als partner deel aan het project Oorlogsdagboeken, gecoördineerd door Archiefpunt, een initiatief dat persoonlijke dagboeken uit de Tweede Wereldoorlog opspoort, digitaliseert en online toegankelijk maakt. Dankzij de oproep aan het brede publiek werden honderden dagboeken aangemeld. Na selectie worden meer dan honderd exemplaren professioneel gedigitaliseerd.

Oorlogsdagboeken

Ook het AMVB draagt hieraan bij. Er werden vier bijzondere dagboeken verzameld die een unieke inkijk geven in het dagelijkse leven tijdens de oorlog: van een jonge dwangarbeider in Berlijn tot een Antwerpse vrouw die het bombardement van 1945 niet overleefde. Samen tonen ze hoe verschillend oorlogservaringen kunnen zijn:

Dagboek van Jan Dooms (1943)

Jan Dooms (1925–2023) was ongeveer vijftien jaar oud bij de Duitse inval. Om dwangarbeid in Duitsland te vermijden, werd hij tewerkgesteld in een drukkerij in Tielt – ondanks het feit dat hij geen opleiding als drukker had. In 1943 werd hij alsnog door de Gestapo opgepakt en op een trein naar Berlijn gezet, waar hij opnieuw in een drukkerij moest werken.

Daar bouwde hij een opmerkelijke relatie op met de eigenaar van de drukkerij, Felix Köhring. Die behandelde hem opvallend goed. Toen de drukkerij door geallieerde bombardementen werd verwoest, nam Köhring hem zelfs in dienst als tuinman in zijn privévilla.

In het najaar van 1943 hielp Köhring hem ontsnappen: Jan moest ’s nachts 30 kilometer door het bos lopen om een trein te bereiken die hem terug naar België kon brengen.

Het dagboek beschrijft deze periode van 14 april tot 23 november 1943, van zijn treinreis naar Berlijn tot zijn terugkeer naar België. Bijzonder is ook de lijst achteraan met hulppakketten van zijn ouders, inclusief de inhoud ervan. De tabak uit die pakketten speelde zelfs een rol in zijn goede relatie met Köhring.

Het dagboek werd ter beschikking gesteld door zijn zoon Koen Dooms.

Dagboek van Dora Verschueren (1940–1945)

Bij het uitbreken van de oorlog woonde Dora Verschueren (1919–1945) met haar familie in Antwerpen. Samen met haar zussen Anna en Mathilde verbleef ze in het ouderlijk huis, waar ook Mathildes echtgenoot en kinderen woonden. Een andere zus, Irma, studeerde tijdens de oorlog in Gent.

In mei 1940 vluchtte de familie tijdelijk, maar Dora en Anna keerden al snel terug naar Antwerpen. Het dagboek begint op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval, en beschrijft het dagelijkse leven tijdens de oorlogsjaren.

Het verhaal krijgt een tragisch einde: op 21 maart 1945 kwamen Dora en haar zus Anna om toen hun huis werd vernietigd tijdens een bombardement.

Het dagboek bestaat uit vier afzonderlijke schriftjes, geschreven in pen en potlood. Het werd geschonken door Kristien De Bruyn, de nicht van Dora en dochter van haar zus Irma.

Dagboek van onderluitenant André Pernot (1940)

André Pernot was onderluitenant bij de 1ste Regiment Artillerie toen de oorlog uitbrak. Hij nam deel aan de Achttiendaagse Veldtocht, de korte maar intense strijd van het Belgische leger tegen de Duitse invasie in mei 1940.

Zijn dagboek bestrijkt de periode 10 mei tot 31 mei 1940 en beschrijft bijna uur per uur wat hij tijdens de gevechten meemaakte. Het document is daardoor een bijzonder waardevolle getuigenis van de eerste oorlogsdagen aan het front.

Na zijn gevangenneming bracht Pernot de rest van de oorlog door in het krijgsgevangenenkamp Oflag II-A. In het tweede deel van het dagboek staan wiskundige notities, mogelijk geschreven tijdens zijn gevangenschap.

Over Pernot zelf is verder weinig bekend. Het dagboek werd aan het project bezorgd door Thomas Jansseune, die het aankocht toen de historische collectie van het 1ste Regiment Artillerie moest worden ontbonden.

Dagboek van Lydia Deveen (1943–1946)

Lydia Deveen (°1929) beschreef in haar dagboek haar jeugd tijdens de oorlogsjaren. Ze schrijft over school, vriendinnen, het dagelijkse leven én haar eerste ontmoeting met haar latere echtgenoot Frans De Pauw.

Haar familie was bovendien actief in het verzet. Haar vader Emmanuel Deveen hielp bij de verspreiding van een Nederlandstalig verzetsblad en verdeelde via zijn netwerk ook exemplaren van de beroemde Faux Soir, een satirische verzetseditie van de krant Le Soir.

Zelfs Lydia werd hierbij betrokken: op 14-jarige leeftijd kreeg ze de opdracht om exemplaren uit te delen aan leerkrachten die ze vertrouwde.

Het dagboek – geschreven in pen en potlood en af en toe voorzien van tekeningen – loopt van 1 januari 1943 tot 13 september 1946. Het werd geschonken door haar zoon Pieter De Pauw. Na digitalisering wordt het toegevoegd aan het archief van Lydia Deveen dat al in het AMVB wordt bewaard.

Van dagboek naar digitaal erfgoed

Alle geselecteerde dagboeken worden eerst veilig samengebracht bij Liberas. Daarna worden ze naar Nederland gebracht voor professionele digitalisering door GMS.

Vanaf september gaan vrijwilligers aan de slag met de scans om de teksten online te transcriberen, zodat deze persoonlijke getuigenissen volledig doorzoekbaar en toegankelijk worden voor onderzoekers en het brede publiek.

Heb je zelf ook een dagboek ten tijde van Wereldoorlog II in je bezit of wens je graag meer info over dit Oorlogsdagboeken project? Op de website van Oorlogsdagboeken 1939-1949 (Oorlogsbronnen) - Oorlogsbronnen vind je alle info.

Oorlogsdagboeken