Erfgoed wordt de laatste jaren massaal gedigitaliseerd. Dit draagt bij aan preservatiestrategieën, ontsluiting en vindbaarheid. Archieven, musea en andere professionele organisaties investeren hiervoor in professionele scanapparatuur of werken samen met gespecialiseerde bedrijven. Ook steeds meer verenigingen of particulieren zien de voordelen van digitaliseren in. Maar hoe digitaliseer je objecten met weinig of geen professionele apparatuur? Waar moet je allemaal rekening mee houden? Op dinsdag 18 augustus experimenteerden CEMPER en AMVB samen om te kijken wat haalbaar is. Het werd een dag waarin vooral veel vragen werden opgeworpen en obstakels gedetecteerd. We delen hieronder alvast wat we leerden: nog geen draaiboek van hoe het moet, maar wel al een overzicht van vragen waarmee we geconfronteerd werden en waar we verder mee aan de slag gaan.
Een eerste vaststelling is dat de opstelling veel tijd in beslag neemt. Voorkennis over belichting en fotografie is daarbij een echte meerwaarde: het helpt om vertrouwd te zijn met het fototoestel en te weten waar je welke instellingen terugvindt. Ook een flitslamp en softboxen kunnen een meerwaarde betekenen, want zonder bijkomende belichting krijg je snel te donkere foto's of te veel schaduwen. Wat de camera-instellingen betreft, bleek de handmatige witbalans vaak te geel uit te vallen, terwijl de automatische instellingen betere resultaten gaven. Ook de handmatige ISO-waarden zorgden voor te donkere beelden. Daarnaast is diffuus licht nodig: het is aan te raden om de lampen verder van het object te plaatsen, en een flits met reflectieplaatje zou hierbij eveneens moeten helpen. Sowieso moet nagedacht worden over welke hoeveelheid licht het meest waarheidsgetrouwe beeld oplevert. Gebruik in alle geval een kleurenkaart als je die hebt. Een vraag die we ons ook nog stelden is wat de gewenstste afstand is van de camera tot het object: in welke mate mag je inzoomen of uitzoomen?
Eens je weg bent met de camera-instellingen, zijn wel creatieve oplossingen mogelijk om een fotostudio te maken. Afhankelijk van de diversiteit van objecten die je wil fotograferen kan het lijstje met benodigdheden korter or langer worden. Voor ons bleek het alvast handig om volgende zaken bij de hand te hebben: goede fotocamera, degelijk statief, verschillende lampen (bv. leeslampen, spots of tafellampen), wit papier (bv. tafelrol) of doek om een egale achtergrond mee te maken, (zijde)papier om zaken op te vullen (bv. schouders opvullen van T-shirt) of recht te houden, stekkerdozen voor alle kabels die je nodig hebt (bv. voor de verschillende lampen), iets om objecten schuin in een hoek te kunnen leggen, en een ladder om grote objecten van boven te kunnen fotograferen.
Bij het fotograferen van een vlag werd deze op de grond gelegd. Het bleek echter zeer moeilijk om zo weinig mogelijk ‘hoek’ te hebben (en dus loodrecht te kunnen fotograferen) en toch de volledige vlag in beeld te krijgen, waardoor uiteindelijk een constructie met een ladder en een statief nodig was.
Voor een T-shirt werd gebruikgemaakt van een paspop, maar het shirt viel te groot uit. Het werd daarom opgevuld met een trui en zijdepapier, waarbij de mouwen en de kap van de trui weggestopt moesten worden zodat ze niet zichtbaar waren. Je zou het T-shirt ook plat kunnen fotograferen, maar dat geeft een andere ‘look’ aan het object.
Bij een insigne was er aanvankelijk te veel schaduw of reflectie. Door het reliëf aan de achterkant van de pin lag het object bovendien scheef; dit werd opgelost door er watten achter te steken, al bleef er nog steeds wat schaduw of reflectie zichtbaar. Om dit op te lossen werd het object onder een schuine hoek ten opzichte van het licht geplaatst. De insigne werd op papier gespeld zodat het onder schuine hoek bleef liggen.
Voor een waaier die schuin gefotografeerd moest worden, was opspelden geen optie. Vasthouden kon eveneens niet omdat dan vingers zichtbaar zouden zijn. Uiteindelijk werd de waaier voorzichtig vastgeplakt met dubbelzijdige plakband, waardoor een egale achtergrond en een goede foto werden bekomen. Als betere oplossing voor de toekomst wordt het gebruik van ‘archival mounting strips’ i.p.v. plakband gesuggereerd.
Vergis je niet: objecten digitaliseren is niet gewoon wat foto's nemen. Het vergt voorbereiding en een visie. Wat ga je digitaliseren en waarom? Hoe ga je de digitale kopie opslaan, benoemen, ontsluiten e.d.?
Alle bovenstaande moeilijkheden in overweging nemende, zou je stilaan de vraag stellen of fotograferen met een smartphone niet simpeler is. Met software maakt die toch immers automatisch ‘mooiere’ beelden. Het antwoord is niet per sé ja of nee, maar hangt samen bovengenoemde waaromvraag van de digitalisering: ‘ja’ als je gewoon een digitaal werkbeeld wil, maar ‘nee’ als je een waarheidsgetrouwe reproductie wil (omwille van die automatische softwaretussenkomst) die je bv. wil afdrukken (omwille van de beeldkwaliteit).
Wordt alleszins vervolgd (met antwoorden en/of meer vragen)…
(Tekst i.s.m. de collega's van CEMPER).